| Gang: | Hoofdgerecht |
| Bereidingstijd: | 180 minuten |
| Aantal personen: | 4 porties |
| Moeilijkheidsgraad: | Middelmatig |
De afbeelding dient enkel ter inspiratie.
In de zomer van juli, wanneer de dagen lang zijn en de barbecue gloeit, is er niets dat meer inspireert dan rundvlees dat langzaam zijn weg vindt naar absolute malsheid. Dit recept combineert de kracht van indirect slowcooking met de diepe, rookachtige smaak van een klassiek runderribstuk, omgeven door zacht geroosterde zomerse groenten. Het is een gerecht dat niet alleen smaakt naar vakantiedagen, maar ook naar de zorgvuldige techniek die het vlees tot zijn volle recht laat komen.
Door het vlees eerst te schroeiën en daarna rustig te garen op lage temperatuur, krijg je een perfecte korst met een binnenkant die bijna boterzacht is. De marinade van kruiden, olijfolie en een scheutje donker bier of rode wijn verdiept de smaak en maakt het vlees nog malser. Het gebruik van een kernthermometer is hier essentieel: zo garandeer je dat je precies op 85°C uitspeelt, het punt waar het vlees gaar is maar nog sappig blijft.
De groenten, die in dezelfde indirecte zone worden geroosterd, vormen een perfect evenwicht: zoet, zacht en licht geroosterd. Zo heb je een compleet rundvleesgerecht dat zowel eenvoudig als indrukwekkend is – perfect voor een zomerse barbecue met vrienden of familie.
Meng zeezout, zwarte peper, paprikapoeder, tijm, rozemarijn en knoflookpoeder door de olijfolie tot een kruidenolie. Giet ongeveer een derde apart om later in te strijken. Voeg het donker bier (of rode wijn) toe aan de resterende olie en meng goed door.
Wrijf het runderribstuk rondom in met dit mengsel en doe het in een plastic ziplock-zak. Druk de lucht eruit en sluit goed. Leg het vlees minimaal 12 uur, bij voorkeur 24 uur, in de koelkast.
Haal het vlees 30 minuten voor het barbecueën uit de koelkast. Verwarm de barbecue tot 180°C met een indirecte warmtezone. Schroei het ribstuk kort aan beide zijden boven directe hitte voor een mooie korst.
Temper de barbecue tot 120°C en leg het vlees met de ribkant op het rooster in de indirecte zone. Garen ongeveer 2,5 tot 3 uur, af en toe bestrijken met de apartgehouden kruidenolie. Gebruik een kernthermometer en houd 85°C aan voor mals, volledig gaar vlees. Als de buitenkant te donker wordt, verpak losjes in aluminiumfolie.
Haal het vlees van de barbecue, laat 15 minuten afgedekt rusten en snijd in plakken langs het bot.
Rooster ondertussen de groenten: meng met olijfolie, rozemarijn en gekneusde knoflook. Grill 45-60 minuten in de indirecte zone bij 220°C tot gaar en licht geroosterd.
Serveer het ribstuk met de geroosterde groenten.
Gebruik altijd een kernthermometer en plaats de pen niet tegen het bot, want dat geeft een onnauwkeurige meting. Laat het vlees rusten na het garen; de sappen verdelen zich dan beter en het vlees wordt nog malser. Als je restjes hebt, snijd ze in dunne plakjes en gebruik ze in een warme salade of op stokbrood met chimichurri – de smaak is nog dieper de volgende dag.
Voor de groenten kun je variëren met wat je in de zomer heeft: tomaat, asperges of zelfs jonge bieten werken uitstekend. De combinatie van rook, kruiden en de zoetheid van de groenten maakt dit een vol, seizoensgerecht dat jederaccoordt.
Smakelijk eten!