| Gang: | Hoofdgerecht |
| Bereidingstijd: | 150 minuten |
| Aantal personen: | 4 porties |
| Moeilijkheidsgraad: | Middelmatig |
De afbeelding dient enkel ter inspiratie.
In oktober smaken langzaam gegaarde stoofschotels extra goed, vooral als ze een vleugje zoete appel en romige calvados combineren met mals kalfsvlees. Dit recept draait om een mooi stuk kalfsriblap dat eerst wordt aangebraden en daarna uren suddert tot het bijna uit elkaar valt.
Bestrooi de kalfsriblappen met peper en zout. Smelt de boter in een ruime pan en bak het vlees rondom goudbruin aan. Haal het vlees uit de pan en bak de in parten gesneden appels zachtjes in hetzelfde vet. Blus de pan af met calvados, voeg de room toe en breng de saus op smaak. Leg het vlees terug en laat het ongeveer 90 minuten zachtjes stoven tot het mals is. Kook de wortelen 15 minuten en de doperwten 10 minuten in gezouten water. Pureer de wortelen met eieren en crème fraîche tot een glad mengsel. Bekleed ingevette timbaaltjes met geblancheerde spinazie, vul ze met wortelpuree en erwtjes en stoom ze 30 minuten in een bain-marie op 180 °C. Keer de timbaaltjes om en serveer met het vlees, de appelpartjes en de ingekookte saus.
Laat het vlees altijd eerst op kamertemperatuur komen voor een gelijkmatige bruining. De timbaaltjes kun je van tevoren klaarmaken en alleen nog maar opwarmen in de oven. Serveer met een frisse salade van veldsla om de herfstige rijkdom in balans te brengen.
Smakelijk eten!