| Gang: | Hoofdgerecht |
| Bereidingstijd: | 300 minuten |
| Aantal personen: | 6 porties |
| Moeilijkheidsgraad: | Middelmatig |
De afbeelding dient enkel ter inspiratie.
In september, als de avonden al wat frisser worden, is er niets zo troostend als een diepe, geurige runderbouillon die de hele keuken vult met herfstige aroma’s. Dit recept combineert de klassieke technieken van roosteren en langzaam trekken voor een heldere, intens smakende basis die je puur kunt serveren of als startpunt voor soepen en sauzen.
Verwarm de oven voor op 200 °C en rooster de runderbotten 25-30 minuten tot ze mooi bruin zijn, draai ze halverwege. Dep het soepvlees droog en bak het in de olie in een grote pan rondom bruin. Voeg de gehalveerde uien toe en fruit ze kort mee. Schenk 3 liter koud water in de pan, voeg de geroosterde botten toe en breng langzaam aan de kook. Schep het schuim zorgvuldig af met een schuimspaan voor een heldere bouillon. Voeg de wortel, prei, bleekselderij, laurier, peperkorrels en peterselie toe. Zet het vuur laag zodat de bouillon net onder het kookpunt blijft en laat 4 uur zachtjes trekken. Schep de botten, het vlees en de groenten eruit. Zeef de bouillon door een fijne zeef in een schone pan. Breng op smaak met zout en laat eventueel nog iets inkoken voor extra concentratie.
Voor een nog diepere smaak kun je het soepvlees met bot eerst extra droog deppen zodat het mooi karamelliseert. Laat de afgekoelde bouillon een nacht in de koelkast staan en schep het gestolde vet eraf voor een lichtere versie. De bouillon blijft enkele dagen koel of vries je in porties in.
Smakelijk eten!