| Gang: | Hoofdgerecht |
| Bereidingstijd: | 270 minuten |
| Aantal personen: | 6 porties |
| Moeilijkheidsgraad: | Eenvoudig |
De afbeelding dient enkel ter inspiratie.
Er is iets magisch aan een mooi stuk brisket dat het hele huis inneemt terwijl het langzaam gaart. Het is geen haastgerecht, maar juist dat geduld betaalt zich terug met botermals vlees en een jus die naar appel en houtvuur smaakt. In september, wanneer de dagen korter worden en de eerste ochtendnevel over de weilanden trekt, zet ik graag zo'n pan in de oven. Met donker bier, uien en wortel maak je een stoofgerecht dat zowel doordeweeks als bij een rustig weekenddiner thuishoort.
Verwarm de oven voor op 150 graden Celsius. Meng in een kleine kom de paprikapoeder, bruine suiker, zout, peper en komijn tot een droge rub. Dep de brisket droog met keukenpapier, wrijf het vlees in met de olie en masseer vervolgens de rub royaal in heel oppervlak.
Verhit een grote, ovenbestendige braadpan of Dutch oven op middelhoog vuur. Bak de brisket rondom bruin, ongeveer 3 tot 4 minuten per kant. Het vlees hoeft niet doorbakken te zijn, het gaat om de donkere korst die later smaak geeft aan de jus. Haal het vlees uit de pan en zet apart.
Zet het vuur lager en fruit de uien in dezelfde pan tot ze zacht zijn en licht gekleurd, ongeveer 8 minuten. Voeg de knoflook toe en bak een minuut mee. Roer de tomatenpuree erdoor en laat nog 2 minuten zachtjes bakken om te ontzuren. Blus af met het donkere bier en schraap met een houten lepel alle aanbaksels los van de bodem. Voeg de runderbouillon, appelciderazijn, Worcestershiresaus, laurierblaadjes en tijm toe en breng tegen de kook aan.
Leg de brisket terug in de pan, zorg dat het vlees grotendeels onder de vloeistof ligt. Verdeel de wortel en bleekselderij rondom het vlees. Leg het deksel op de pan en zet de pan in het midden van de oven. Laat 3,5 tot 4 uur staan, of tot het vlees met een vork gemakkelijk uit elkaar valt. Schep halverwege de kooktijd de jus even over het vlees.
Haal de pan uit de oven en til de brisket voorzichtig op een snijplank. Dek losjes met aluminiumfolie en laat minstens 20 minuten rusten. Schep intussen het overtollige vet van de saus, verwijder de kruiden en breng de jus op smaak met zout en peper. Zet de saus op een laag vuurtje zodat hij warm blijft.
Snijd de brisket dwars op de draad in plakken van ongeveer anderhalve centimeter dik. Serveer met de groenten en een ruime lepel jus. Garneer met de peterselie.
Begin minstens 30 minuten voordat je gaat braden met het kruidenmengsel, maar een nacht in de koelkast geeft nog meer smaakdiepte. Het vet dat bovenop de saus drijft kun je makkelijk met een lepel afscheppen; bewaar het eventueel om er later aardappelen in te bakken. Laat het vlees altijd rusten voor je aansnijdt, anders loopt het kostbare vocht weg.
Dit gerecht vraagt om iets romigs en zurigs. Serveer de brisket met aardappelpuree of geroosterde krieltjes,en bijvoorbeeld een snelle rodekoolsalade met appel en citroen. Een glas van hetzelfde donkere bier of een stevige rode wijn maakt het helemaal af.
Smakelijk eten!