| Gang: | Hoofdgerecht |
| Bereidingstijd: | 50 minuten |
| Aantal personen: | 2 porties |
| Moeilijkheidsgraad: | Eenvoudig |
De afbeelding dient enkel ter inspiratie.
Deze zomerse biefstuk is precies het soort gerecht waar je in juli zin in hebt: snel, verfijnd en toch stevig genoeg voor een avond waarop je echt iets lekkers op tafel wilt zetten. De kracht zit in de eenvoud, een mooi stuk vlees, een hete pan en een frisse, lichte garnituur die de rijke smaak van de biefstuk mooi in balans brengt.
Haal de biefstukken ongeveer 30 minuten van tevoren uit de koelkast zodat ze op temperatuur kunnen komen. Meng intussen de zachte roomboter met de knoflook, peterselie en bieslook, rol er een klein worstje van in vershoudfolie en leg het even in de koelkast. Snijd de courgette in lange plakken en de rode ui in parten. Halveer de cherrytomaten.
Dep het vlees droog met keukenpapier en bestrooi het vlak voor het bakken royaal met zout en een beetje zwarte peper. Verhit een koekenpan op hoog vuur en voeg de olie toe. Zodra de pan goed heet is en de olie begint te glanzen, leg je de biefstukken in de pan. Schroei ze ongeveer 1 minuut per kant mooi bruin. Draai het vuur daarna iets lager en bak ze nog 2 tot 3 minuten per kant, afhankelijk van de dikte en de gewenste garing. Keer de biefstukken om de 1 tot 1,5 minuut voor een gelijkmatige korst.
Haal het vlees uit de pan en laat het losjes afgedekt 5 minuten rusten. Bak in dezelfde pan de courgette en rode ui kort aan, zodat ze nog wat beet houden. Voeg op het einde de cherrytomaten toe, breng op smaak met een snuf zout, peper en een klein scheutje citroensap. Leg op elke biefstuk een plakje kruidenboter en laat dit rustig over het warme vlees smelten. Serveer direct met de zomergroenten erbij.
Een goede biefstuk vraagt om een hete pan en vooral om geduld in de eerste minuten. Laat het vlees pas bewegen als het echt mooi loskomt uit de pan, dan krijg je die stevige, smakelijke korst zonder dat het vlees scheurt. Voor extra smaak kun je tijdens het bakken met een lepel wat van de hete boter over het vlees scheppen, maar houd dat simpel als je het recept heel toegankelijk wilt houden.
Wil je het vlees rosé serveren, mik dan op een kerntemperatuur van ongeveer 55 tot 58 graden. Laat de biefstuk altijd even rusten, want daardoor blijven de sappen beter in het vlees. De zomergroenten kun je aanpassen aan wat mooi is op de markt, bijvoorbeeld groene asperges, paprika of een handje sugar snaps. Restjes zijn de volgende dag heerlijk, in dunne plakjes op een salade of op een broodje met wat van de gesmolten kruidenboter.
Serveer met nieuwe aardappeltjes, een frisse groene salade of een stukje knapperig stokbrood om de boterige sappen mee op te nemen. Ook lekker is een lichte tomatensalade met basilicum, zeker op warme juli-avonden.
Smakelijk eten!